Kameroen 2009/10 mol

Published on juli 4th, 2012 | by arnold pannenborg

Als scout totaal ongeschikt

Ooit werd ik in Kameroen aangezien voor scout. Waarom anders liep ik vijf maanden lang rond in een onbetekenend stadje? Nu, jaren later, weet ik één ding zeker. Ik ben een waardeloze scout.

Het is eind 2009. Ik betreed het Molyko stadion, waar ik ooit met een eerste divisieteam meetrainde. Het regent zachtjes. Aan weerszijden van het grindveld steken plukken gras omhoog. In 2007, zo las ik in een krant, vaagde een storm de enige tribune in het stadion volledig weg. Maar zie: men heeft een gloednieuwe tribune gebouwd – en verderop nog eentje. Helaas voor de mensen in Buea is “mijn” oude team recentelijk gedegradeerd.

In 2003 kwam ik bijna iedere dag in het stadion. En iedere zondag, op wedstrijddag, onderwierpen de beveiligers mij aan een inspectie. Wat doet die blanke hier toch de hele tijd? ‘Hij is een nieuwe speler,’ zei Essomba dan. Of: ‘Ken je hem niet? Hij is de nieuwe coach.’ En soms: ‘Dit is een scout uit Holland. Hij komt vandaag kijken of er nog wat interessante spelers rondlopen.’

CV
Dat van die scout kwam niet zomaar uit de lucht vallen. De eerste maanden moest ik de voetballers in Buea ervan overtuigen dat ik écht geen scout was en dat ik ze écht niet zou meenemen naar Ajax Amsterdam. Het hielp allemaal geen zier. Wekelijks stonden er voetballers op de stoep, jong en ouder, dat maakte weinig uit. En altijd hadden ze keurig hun CV uitgeprint.

Af en toe vertrok er een speler van Mount Cameroon voor een “test match” buiten Afrika. Zo ging de lokale held Atem Valentine eerst op proef bij een club in Duitsland en daarna in Japan. Soms stuurde de clubvoorzitter zelfs een heel groepje naar een of andere club in het Midden-Oosten of Oost-Europa. De meesten keerden terug zonder contract, een enkeling had geluk.

In die tijd kwam Kalle Sone een keertje vakantie vieren in zijn geboortestadje Buea. De voormalige voetballer van Vitesse Arnhem was er de “Big Man”; zijn telefoon stond roodgloeiend en hij werd permanent omringd door een dozijn vrienden danwel aasgieren.

De voetballers in Buea hadden slechts één doel: zo snel mogelijk weg uit deze ellende. Ik had rijk kunnen worden – als ik een FIFA-licentie op zak had en als ik een oog zou hebben voor talent. Dat had ik zeker. Althans, dat dacht ik toen.

Eyong Enoh
‘Ben je al naar een wedstrijd van Ajax geweest?’ vraagt Essomba. ‘Heb je Eyong Enoh al zien spelen? Ken je hem nog?’ Ik schud van nee. Ik heb gehoord dat hij ooit bij Mount Cameroon speelde, maar daar ben ik hem nooit tegengekomen.

‘Dacht ’t wel!’ roept Essomba. ‘Je kent ‘m waarschijnlijk alleen onder zijn andere naam, Veron. Eyong was mijn junior in Buea. Toen hij overkwam van Littlefoot Tiko heeft hij een half jaar bij mij op de kamer gewoond. En daar kwam jij hem dus altijd tegen. We hebben zelfs nog een aantal foto’s met zijn drieën gemaakt!’

Verdomd als het niet waar is. Het is dat kleine mannetje dat bij Mount Cameroon op het middenveld speelde. Omdat hij zo jong was, schonk ik nauwelijks aandacht aan hem. Maar ik ken hem inderdaad, alleen dan als Veron, naar de Argentijnse voetballer. Sterker: ik ben zelfs met hem en de rest van het team meegereisd voor een uitwedstrijd tegen Bamboutos Mbouda.

Vasten
Ik haal mijn dagboek erbij. 26 juli 2003. ‘Er zitten twee Anglofone spelers op het bankje voor me. Adeh heeft de Bijbel bij zich. Veron heeft ook een boekje op schoot. Ik buig voorover en zie dat het een boekje over vasten is. Geen idee waarom. Wil hij soms afvallen? Ik zou eerder zeggen dat hij een maatje groter moet worden. De Bijbel, dat snap ik wel. Maar vasten? Ik vraag Veron naar de reden maar er komt geen bevredigende verklaring.’

Dat is alles wat ik in vijf maanden tijd over Veron heb geschreven. Geen enkele interesse getoond in die jongen, en nu speelt hij notabene bij een club in mijn stad.

Essomba vertelt dat Eyong Enoh aan het eind van het seizoen, toen ik al vertrokken was, door een spelersmakelaar naar Cyprus is gebracht. Daarna is hij via Ajax Cape Town bij het échte Ajax terecht gekomen. ‘Hij komt altijd naar Buea met de kerst,’ vertelt mijn voetbalvriend. ‘En hij gaat naar Kumba, waar hij geboren is.’

Makossa
Ik denk terug aan de dag dat we naar Mbouda reisden, met Veron op de bank voor me. Het was een rit van vijf uur. We zaten hutjemutje in de kleine spelersbus; 18 spelers, drie coaches, een team manager, een team dokter en de vice-voorzitter van de club. Uit de boxen galmde de opzwepende muziek – de Makossa – van de Francofone speler Ekambi, die urenlang keihard mee blèrde.

De sfeer in Mbouda was gespannen. Het jaar ervoor, tijdens een wedstrijd tussen dezelfde twee ploegen, hadden supporters van het thuisteam de scheidsrechter het ziekenhuis in geslagen. Die overleed drie dagen later aan zijn verwondingen. Ditmaal gebeurde er niets; de wedstrijd eindigt in een gelijkspel (1-1). In het donker scheurden we over de Kameroense weg, terug naar Buea.

Of Veron die dag heeft gespeeld, weet ik niet meer. Wat ik wel weet, is dat jonge voetballers zoals hij toendertijd maximaal 100 euro per maand verdienden. Dat ze in kamertjes woonden van 3 bij 3, vaak zonder eigen douche en toilet. En dat ze voetbalden op gevaarlijke grind- en gravelvelden tegenover vijandige supporters, die de spelers regelmatig fikse tikken uitdeelden.

De kleine Veron is nu een grote voetballer. En ik ben een waardeloze scout. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Tags: , ,


About the Author



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑